Hebben Italianen en Chinezen ook dyslexie?

Over schriftsystemen

Over de auteur

Elise de Bree (1976) is docent Pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Zij doceert over leerproblemen, met name leesproblemen, (meertalige) […]
Lees verder

Het leren van je moedertaal gaat meestal automatisch en snel. Lezen en spellen daarentegen vragen veel meer instructie. Het koppelen van spraakklanken aan geschreven tekens is voor niemand echt makkelijk, maar sommige kinderen blijven er moeite mee houden. Hun leestempo en/of de vaardigheid in spellen blijft achter. Bij ernstige problemen spreekt men van dyslexie. De vraag doet zich voor of het schrift zelf daar een rol in speelt. Zijn er onder sprekers van het Chinees, dat gebruikmaakt van een heel ander schriftsysteem dan het Nederlands, bijvoorbeeld ook dyslectici?

Door Elise de Bree.

Het percentage van mensen met dyslexie verschilt tussen landen en talen. In Italië zijn er verhoudingsgewijs minder basisschoolleerlingen met dyslexie dan in Engeland. Dit verschil heeft niets te maken met de kwaliteit van het lees- en spellingsonderwijs. Een dyslexieverklaring wordt pas gegeven na goede instructie en nadat gebleken is dat extra instructie de leerling niet vooruit helpt. Die procedure is in Italië en Engeland hetzelfde. Ook zijn Engelse kinderen niet dommer dan Italiaanse kinderen. Dyslexie is onafhankelijk van het IQ. Het verschil tussen de percentages dyslectische leerlingen hangt wél nauw samen met de koppeling tussen spraak en orthografie (de schrijfwijze van een taal): hoe eenduidiger de koppeling tussen klanken en leestekens, hoe makkelijker het is om te leren lezen en spellen.

Italiaans of Engels

In het Italiaans hoort dezelfde letter vrijwel altijd bij dezelfde klank: waar je een o hoort, schrijf je een o, waar je een o schrijft, weet je dat je die ook uitspreekt als een o. In het Engels is die koppeling lang niet zo transparant: de letter i kan worden uitgesproken als een i (lift en children), maar ook als een ai (child) bijvoorbeeld, of als een soort u (it is). Omgekeerd kan de klank i worden geschreven als een i (lift) of als een o (women). Daarnaast zijn er nog klankcombinaties die er op schrift hetzelfde uitzien, maar toch anders klinken, denk bijvoorbeeld aan ea in heart en heard en beard.
Leren lezen en spellen gaat voor iedereen sneller in een taal waar de koppeling tussen klanken en tekens heel eenduidig is, zoals in het Italiaans. In een taal met een minder doorzichtige koppeling, zoals het Engels, is dat een veel moeizamer proces. Aangezien de koppeling tussen letters en klanken voor dyslectici problemen oplevert, hebben zij profijt van een transparanter systeem. Dyslectische kinderen in Italië leren daardoor sneller lezen en spellen dan dyslectische kinderen in Engeland en hun dyslexie valt vaak pas op wanneer ze een nieuwe taal leren. Het Nederlands bevindt zich ergens tussen het Italiaans en het Engels in: er zijn veel regelmatigheden tussen de klanken en de tekens, maar er zijn ook een paar lastige combinaties, zoals de keuze tussen de letters g (gast) en ch (vlucht) voor de klank g, het schrijven van paard met een gesproken t en de complexiteit van tweeklanken en homofonen (zoals pijl en peil, rauw en rouw). Ook leenwoorden zorgen nogal eens voor onregelmatigheden in de spelling (bijvoorbeeld bagger versus buggy).

Oorzaken

Om kinderen met dyslexie te kunnen helpen, is het belangrijk om op zoek te gaan naar de oorzaken van dyslexie. In alfabetische schriftsystemen, zoals ons Latijnse schrift, liggen de belangrijkste oorzaken in de fonologie (de klankleer), de spraakverwerking en de koppeling van de klanken aan de lettertekens. Veel kinderen met dyslexie hebben moeite met het nazeggen van niet-bestaande of onbekende woorden (bijvoorbeeld waafijsien) en met het spelen van klankspelletjes. (Als ik het woord boom heb, en ik haal de b er vanaf, wat hou ik dan over?) Het is belangrijk om goede representaties (zoals letters) van spraak te hebben om een goede koppeling te maken naar klanken en klankcombinaties, zoals in een woord. Daarnaast is het ook nodig om de letters visueel te leren herkennen en te koppelen aan de klanken (het p-stokje naar beneden – van politie, postbode, pasta, patatjes, tegenover het b-stokje naar boven – van bol, brood en basta). Daar is dus een koppeling tussen spraak en visuele informatie voor nodig.

Bij zowel Italiaanse als Engelse dyslectici blijken deze vaardigheden minder sterk ontwikkeld te zijn dan bij niet-dyslectici: ze behalen lagere scores op opdrachten die deze vaardigheden afzonderlijk meten en hun hersenen laten minder activatie zien gedurende de taken. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat de onderliggende problemen dezelfde zijn voor dyslectici uit verschillende landen.

Chinees

Maar hoe zit het nou met het Chinees? Het Chinees heeft geen alfabetisch schrift, want de klanken worden niet gekoppeld aan letters. In plaats daarvan worden er logografische tekens gebruikt: visuele symbolen (karakters) die staan voor hele woorden of zelfs meerdere woorden. Het leren koppelen van spraak en tekens verloopt dus anders in logografische schriften dan in alfabetische schriften. Bovendien zijn er veel meer karakters dan letters. Kinderen moeten die karakters dus goed herkennen, wat om visuele vaardigheden vraagt. Ook moeten ze alle karakters stuk voor stuk leren, en dat vergt het nodige van het geheugen en de woordenschat. Daarnaast moet ook nog eens de koppeling gemaakt worden tussen spraak en tekens, net zoals bij alfabetische schriften. Tot slot bevatten Chinese karakters allerlei grammaticale informatie; ook dat soort talige kennis is van groot belang bij het lezen van de tekens.

Omdat de karakters zo moeilijk te leren zijn, werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw vereenvoudigde karakters geïntroduceerd. En in 1979 werd voor beginnende lezers het pinyin bedacht. Pinyin is een manier om de officiële taal van China, het Staatsmandarijn, in Latijnse letters weer te geven. Op die manier kan het leren lezen en spellen ook voor Chinese kinderen beginnen met verklanking en kan later de stap naar de complexere karakters gemaakt worden.

Hersenonderzoek bij Chinese dyslectici laat inderdaad gedeeltelijk andere activatiepatronen zien dan bij lezers van alfabetische talen, omdat er meer van het visuele geheugen wordt gevraagd. Kortom, dyslexie komt voor bij sprekers van allerlei talen en lezers van allerlei schriften. Hoewel lees- en/of spellingsproblemen niet ophouden bij een landsgrens, verschillen de lees- en spellingsproblemen wel per schriftsysteem. Dat heeft weer te maken met de verschillende vaardigheden die nodig zijn om verschillende schriften te lezen en te spellen, zoals het voorbeeld van het Chinees laat zien.

Wat is eraan te doen?

Behalve verschillen tussen talen en schriften, zijn er ook verschillen tussen kinderen met dyslexie onderling. Bovendien komt dyslexie vaak voor in combinatie met andere stoornissen: veel kinderen met spraaktaalproblemen ontwikkelen daarnaast lees- en schrijfproblemen; sommige kinderen met dyslexie hebben ook ADHD en vaak zijn er motorische problemen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar deze zogeheten comorbiditeiten, omdat ze inzicht verschaffen in de onderliggende mechanismen van de lees- en spellingsproblemen. Het maakt ook duidelijk waarom niet alle dyslectische kinderen gebaat zijn bij dezelfde hulpmiddelen.

Er zijn helaas nog geen wondermiddelen die dyslexie genezen, tot grote frustratie van dyslectische kinderen en hun ouders. Wat het beste helpt, is blijven oefenen. Studies met Engelse kinderen laten zien dat lees- en spellingtraining, samen met het trainen van de klank-tekenkoppeling, het meest effectief is. Voor het Engels is daarnaast interventie nodig, gericht op de snelheid en vloeiendheid van het lezen.

Een school kan rekening houden met dyslectische leerlingen door extra tijd te geven voor het maken van toetsen en examens en door het gebruik van ondersteunende software, zoals Kurzweil, toe te staan. Op het moment wordt ook onderzoek gedaan naar de effecten van dyslexievriendelijke lettertypen en tekstpresentatie. Een recent onderzoek onder Italiaanse en Franse dyslectici laat bijvoorbeeld zien dat meer ruimte tussen de letters bijdraagt aan het verminderen van het aantal leesfouten, en het verhogen van de leessnelheid. Dat is veelbelovend. Het probleem blijft dat de spellingsproblemen niet overgaan en dat de leesproblemen bij een ‘regulier’ lettertype ook aanwezig blijven. Ondanks de grote steun die dit soort praktische hulpmiddelen bieden, blijft het vooral ook belangrijk om de problemen van dyslectici niet te bagatelliseren.


Reacties

Eén reactie op ‘Hebben Italianen en Chinezen ook dyslexie?’

  • Gijsbert Hanekroot op 21 juni 2013 om 10:29 Beantwoorden

    Dit artikel opgezocht naar aanleiding discussie “Manfred Spitzer” (Volkskrant 21-06-13). Wat is dit goed geschreven! Dank.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Voor je verder gaat even bewijzen dat je mens bent.

Typ hiernaast de eerste drie letters van het alfabet


sluit