Spreken mannen anders dan vrouwen?

Over taal en gender

Over de auteur

Ingrid van Alphen (1951) is universitair docente en senior onderzoekster Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt vooral op […]
Lees verder

Vrouwen en mannen spreken op verschillende toonhoogtes. Door biologische factoren zoals de lengte van de stembanden en de omvang van de borstkas hebben mannen van nature een lagere stem dan vrouwen. Maar in de praktijk praten mannen lager dan biologisch noodzakelijk is, en vrouwen juist hoger. Omdat het ‘vrouwelijk’ zou zijn om hoog te praten en ‘mannelijk’ om laag te praten doet iedereen er een schepje bovenop.

Door Ingrid van Alphen.

Zijn meisjes inderdaad beter in taal dan jongens? Interrumperen mannen vrouwen altijd? Moeten we nu directeur zeggen of directrice? Het zijn allemaal vragen die te maken hebben met de relatie tussen taal en sekse. Liever gezegd: taal en gender, want sekse verwijst naar biologische verschillen tussen vrouwen en mannen en gender naar sociaal- culturele verschillen. Omdat taalverschillen tussen vrouwen en mannen vooral bepaald worden door de sociale en culturele context, gebruikt men tegenwoordig meestal het begrip gender. Bij taal en gender gaat het ten eerste om vragen die het alledaagse taalgebruik van mensen betreffen, zoals hun woordenschat, wel of niet interrumperen, netjes spreken of vragen stellen. Ten tweede gaat het om het taalsysteem: zitten er (nog) seksismen (Je bent goed in wiskunde, voor een meisje) in de Van Dale? Hebben ongetrouwde vrouwen een aparte aanspreekvorm – zoals juffrouw – nodig? Moeten we sekseneutrale beroepsbenamingen gebruiken?

Meisjes zijn beter in taal

Al meer dan een eeuw lang onderzoeken psychologen en taalkundigen het taalvermogen van meisjes en jongens. Eén van de allereerste conclusies was dat meisjes op jonge leeftijd een grotere woordenschat en een betere uitspraak hebben. Ze maken ook ingewikkelder zinnen dan jongens. Tot op de dag van vandaag leidt dit tot de opvatting dat ‘meisjes beter zijn in taal’ dan jongens. Voor wat betreft schoolse taalvaardigheden klopt dit.

Rond 1900 gaf men aan dit verschil nog een biologische verklaring: bij meisjes ontwikkelt de linkerhersenhelft zich niet alleen eerder, meisjes zijn ook zelfverzekerder en daardoor taalvaardiger. In de jaren zestig zag men de verklaring juist in de omgeving: binnenspelende meisjes horen meer taal om zich heen, want ze spelen met poppen in de kamer waar hun moeders en tantes eindeloos met elkaar aan het praten zijn. Later werd gewezen op de opvoeding van meisjes tot talige wezens. Een beetje verdacht men trouwens ook de wetenschapsters uit het taalverwervingsonderzoek, die zouden overdrijven ten faveure van de meisjes. Tegelijkertijd werd een omgekeerde redenering gebruikt voor jongens: jongens hebben een grotere woordenschat dan meisjes, want zij krijgen van hun opvoeders meer bewegingsruimte, waardoor zij meer in aanraking komen met nieuwe voorwerpen en situaties – en dus ook met nieuwe woorden.

Vrouwen spreken niet netter

Een andere populaire opvatting is dat vrouwen meer dan mannen de – nette – standaardvorm van een taal gebruiken. En dat zij in meertalige gemeenschappen eerder kiezen voor de taal met het meeste (sociaaleconomische) prestige. Maar is dat wel zo? De vele onderzoeken die hiernaar zijn gedaan, geven geen uitsluitsel. Het hangt volledig af van de taalgemeenschap waarover we het hebben, en de sociale en economische positie die de vrouwen (en de mannen) daarin innemen. Soms hebben vrouwen door hun werk meer contact met de prestigevariant in een taalgemeenschap en spreken ze die dus vaker of beter dan mannen. Maar ook het omgekeerde komt voor. Zo spreken Tongavrouwen in Zuid-Afrika juist expres geen (goed) Zulu en hun mannen wel. De Tongagemeenschap en haar taal hebben weliswaar een lagere status, maar de Tongavrouwen hebben het juist heel goed binnen hun eigen gemeenschap.

Al gaat de aandacht meestal uit naar de relatie tussen vrouwen en ‘beschaafd’ spreken, interessant is ook dat sommige jongens en mannen bewust niet-standaardvormen gebruiken, omdat dat ‘mannelijk’ zou zijn. Weer een voorbeeld van gender dus.

Gespreksvoering

Ook als het gaat om gespreksvoering tussen vrouwen en mannen zijn er al vele mythen gesneuveld: het is bijvoorbeeld niet zo dat mannen altijd interrumperen of dat vrouwen minder spreekruimte hebben. Opnieuw kunnen we niet generaliseren over ‘de’ vrouw en ‘de’ man in elke taalgemeenschap. Want ook binnen taalgemeenschappen zijn er verschillen. Neem het omgaan met stiltes in gesprekken: in Nederland is daar in de noordelijke provincies (Friesland, Groningen, Drenthe) een grotere tolerantie voor dan in de rest van het land. In New York vallen sprekers (v/m) van joodse afkomst elkaar sneller in de rede dan Amerikanen uit het zuiden van de vs. Ook stellen meisjes in het algemeen niet meer vragen dan jongens. Al ruim een eeuw is er onderzoek gedaan in diverse taalgemeenschappen naar vermeende genderspecifieke spreekstijlen. Alles hangt af van de context van het gesprek en de regels die er in een specifieke cultuur of subcultuur heersen. En ook of we te maken hebben met een publiek debat of een privégesprek.

Het is dus niet mogelijk om algemene uitspraken te doen over het taalgebruik van alle vrouwen en alle mannen binnen alle taalgemeenschappen. Sterker nog, het gebrek aan eensluidende antwoorden over mogelijke genderspecifieke spreekstijlen leidde in 1996 bij deskundigen tot het voorstel om onderzoek op dit gebied maar geheel af te schaffen. Vanaf die tijd wordt uitsluitend de analyse van het taalgebruik van bepaalde vrouwen en bepaalde mannen in nauw omschreven situaties (zogenaamde communities of practice) als zinvol gezien.

Beroepsnamen

Onderzoek naar de relatie tussen gender en het taalsysteem werd vroeger vooral uit feministisch oogpunt gedaan. Woordenboeken en kinderboeken zijn van seksistische en stereotiepe beschrijvingen van vrouwen ontdaan. De Van Dale werd letterlijk gekuist, vooral in voorbeeldzinnen. Voordien ‘snikten’ alleen meisjes. Sommige landen gaven richtlijnen om mannelijk gedomineerd taalgebruik te vermijden. In Nederland moesten de beroepsbenamingen worden aangepast na de Wet gelijke behandeling vrouwen en mannen (1981). Engelstalige landen kozen voor neutralisatie: de voorkeur voor zogenaamd sekseneutrale namen als chairperson (dat nu in sommige landen specifiek voor vrouwelijke voorzitters is gaan gelden). Duitsland en Frankrijk stonden een differentiërende aanpak voor. Door zoveel mogelijk vrouwelijke beroepsnamen zoals Kanzlerin te introduceren, wilden zij vrouwen in taal zichtbaar maken. De grammatica’s van beide talen voorzien in vrouwelijke uitgangen. Zo ook het Nederlands, dat minimaal vijf vormen kent: -ster, -es, -in, -ice, -euse. Er is echter geen beleid, hoewel daar van regeringswege wel een poging toe is gedaan. Het argument voor neutralisering was dat sekse er bij een beroep niet toe doet en dat de mannelijke vorm als sekseneutraal kon gelden, eventueel met het bijvoeglijk naamwoord ‘vrouwelijk’ ervoor. Vanuit het differentiatieprincipe stelde men vormen als directrice voor.

Op 22 maart 1983 lagen in de Tweede Kamer twee voorstellen ter tafel: het neutralisatievoorstel en het differentiatievoorstel. Nederland zou bij ‘wet en regelgeving’ taalkundige voorschriften over de beroepsnamen aannemen, maar tot een daadwerkelijke keuze is het nooit gekomen. De GPV diende een motie in die stelde dat de taal van God was en dat de mensen er met hun handen van af moesten blijven. Deze motie werd aangenomen, met onder andere steun van de PvdA ‘omdat wij vinden dat de samenleving haar eigen taal maakt en wij derhalve vinden dat degenen die denken dat door de taal te veranderen, de samenleving verandert, gelijk zijn aan een haan die denkt dat door zijn kraaien de zon opkomt’. (Handelingen Tweede Kamer).

Wel is in het Nederlands (en Duits) vanaf de jaren zeventig het woord juffrouw voor ‘ongetrouwde vrouw’ geruisloos verdwenen. Daarmee is de ongelijke situatie opgeheven dat van een vrouw wél meteen bekend was of zij nog ‘huwbaar/verkrijgbaar’ was en van een man niet. De introductie van Ms in plaats van Mrs en Miss door de Engelstalige landen is onbedoeld contraproductief geweest; deze de nieuwe vorm zorgde voor nog meer onthullingen over een vrouw. Ms is namelijk in het dagelijks gebruik naast Mrs en Miss komen te staan met de betekenis ‘moderne, feministische en/of lesbische vrouw’.

De relatie tussen taal en gender is binnen de taalkunde op verschillende manieren onderzocht. Wat daarbij opvalt is de tijdsgebondenheid van de verklarende theorieën. Modern taalwetenschappelijk onderzoek laat vooral zien dat het onmogelijk is om algemene uitspraken te doen over de spreekstijlen of het taalgebruik van zo veel verschillende vrouwen en mannen in zoveel verschillende talen en regiolecten in zoveel verschillende situaties.

“ Lieve woordjes, een blijde lach, Geef ze aan ieder, elke dag, Vriendelijke daden, aardig en stil Doen wat een ander juist graag wil Inge als je dit zo doet Maak je je leven mooi en goed”


Reacties

3 reacties op ‘Spreken mannen anders dan vrouwen?’

  • Shana Loeckx op 16 december 2013 om 13:25 Beantwoorden

    Mijn onderzoeksproject handelt over mannen-en vrouwentaal. Ik ben dus eigenlijk op zoek naar een definitie van dit begrip. Kan u mij misschien helpen?

    • redactie taalcanon op 23 december 2013 om 11:41 Beantwoorden

      Antwoord namens de auteur, Ingrid van Alphen: Een definitie zou zijn dat vrouwentaal een taal is die door alle vrouwelijke sprekers gebruikt wordt en mannentaal een taal is die door alle mannelijke sprekers gebruikt wordt. Allerlei wetenschappelijke onderzoeken tonen echter aan dat we een dergelijke grove opsplitsing in vrouwen- en mannentaal helemaal niet kunnen maken. Elke taalgemeenschap is anders en elke groep vrouwen of mannen dient in de lokale context bestudeerd te worden. En zelfs dan zijn generalisaties over de seksen feitelijk onmogelijk.

  • May Blank op 16 maart 2014 om 17:42 Beantwoorden

    Ik heb twee vragen: Wanneer werd dit artikel gepubliceerd? En waar kan ik het citaat van de Tweede Kamer terugvinden? Dank u.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Voor je verder gaat even bewijzen dat je mens bent.

Typ hiernaast de eerste drie letters van het alfabet


sluit